Vijf oefeningen op je eigen klusjes: schrijven, plannen, leren, uitleggen, en de fout vinden. Elke oefening begint met "klaar als ..." en eindigt met controleren. AI stelt voor, jij beslist.

In elke oefening draai je de ronde uit niveau 1: omschrijven, beoordelen, bijsturen. Loop je vast, pak de kaart "zo stuur je bij" op de handout: kader nalopen, in kortere stappen knippen, anders formuleren of een vergelijkbare taak proberen, beperkingen toevoegen. Na twee keer bijsturen zonder resultaat: nieuw gesprek.

Alle voorbeelden gaan over verzonnen situaties. Vervang ze door je eigen klusje. Zet geen namen, adressen of gegevens van anderen in de chat; gebruik [naam].

Oefening 1: Een brief, mail of bericht in je eigen toon (voor/na)

Doel: een vraag opbouwen uit context, wat je wilt en hoe het eruit moet zien, en je eigen toon meegeven. En het verschil zien met hoe je het gisteren deed.

Klaar als: je zelf een zin invult, bijvoorbeeld: "klaar als de mail op een half scherm past, klinkt als ik, en ik hem zonder wijzigen durf te versturen". En: je hebt een "voor" en een "na" naast elkaar.

Stappen:

  1. Schrijf eerst je "klaar als" op papier.
  2. Voor: begin een nieuw gesprek en stel je vraag zoals je het gisteren gedaan zou hebben, in één zin. Kopieer het antwoord naar een notitie. Niet bijsturen.
  3. Na: begin een nieuw gesprek. Geef de drie delen: context, wat je wilt, hoe het eruit moet zien.
  4. Geef je toon mee. Beschrijf hem, of plak een stukje tekst dat je zelf eerder schreef (zonder gegevens van anderen) met "schrijf zoals dit".
  5. Beoordeel het antwoord. Stuur bij door één zin te citeren en te zeggen wat je wel wilt. Is één zin niet genoeg, pak de kaart "zo stuur je bij" op de handout.
  6. Stop zodra je "klaar als" gehaald is. Leg "voor" en "na" naast elkaar.

Voorbeeldopdracht:

Voor:

Schrijf een opzegmail voor mijn wandelclub.

Na:

Ik ben lid van een wandelclub en wil mijn lidmaatschap opzeggen omdat ik ga verhuizen. Ik wil een korte, vriendelijke mail aan de secretaris. Ik wil ze bedanken voor de leuke jaren en vragen wat de opzegtermijn is. Toon: warm, gewoon Nederlands, geen formele woorden als "hierbij" of "mits". Maximaal zes zinnen.

Bijsturen:

Je schrijft: "Ik hoop dat u begrip heeft voor mijn situatie." Dat is te zwaar, het is maar een verhuizing. Haal die zin weg. De eerste twee zinnen zijn goed, laat die staan.

Wat je controleert:

  • Lees het hardop. Zou jij dit zo zeggen?
  • Staat er een feit in (een datum, een termijn, een bedrag)? Dan heeft de assistent dat ingevuld. Controleer het of haal het weg.
  • Vergelijk "voor" en "na": wat deed de context, wat deed de toon? Dat is wat je in blok 8 laat zien.

Variant voor wie sneller is: laat dezelfde mail maken voor een andere ontvanger (je zus in plaats van de secretaris) en kijk wat er verandert. Dat is het effect van context.

Oefening 2: Een plan maken

Doel: een groter klusje in kleine stappen laten uitwerken, met jouw randvoorwaarden erin.

Klaar als: je zelf invult, bijvoorbeeld: "klaar als ik een lijstje heb met wat ik deze week moet regelen, en ik weet wat ik nog moet nakijken".

Stappen:

  1. Schrijf je "klaar als" op.
  2. Geef context: wat, voor wie, hoeveel mensen, hoeveel tijd, welk budget, wat is al besloten.
  3. Vraag eerst alleen de grote lijnen. Geen details.
  4. Kies één onderdeel en vraag alleen dat verder uit.
  5. Markeer in het antwoord alles wat je moet nakijken: prijzen, tijden, afstanden, regels.

Voorbeeldopdracht:

Ik plan een lang weekend weg met mijn partner en onze twee kinderen van 8 en 11, ergens in Nederland, met de auto, in de herfstvakantie. We houden van buiten zijn en willen niet te veel rijden. Geef me eerst alleen de grote lijnen: drie soorten bestemmingen die hierbij passen, elk in twee zinnen. Nog geen details.

Vervolg:

We kiezen de tweede. Maak een lijstje van wat ik deze week moet regelen, in volgorde. Zet achter elk punt of ik het zelf moet nakijken, bijvoorbeeld prijzen en beschikbaarheid.

Wat je controleert:

  • Alles wat je markeerde als "nakijken", bij de bron.
  • Staan er aannames in die niet van jou kwamen (een budget, een voorkeur)? Corrigeer ze.

Variant voor wie sneller is: laat de assistent een weekmenu maken op basis van wat je in huis hebt en wat je niet lust. Vraag daarna een boodschappenlijstje voor alleen wat ontbreekt.

Oefening 3: Iets leren met AI als geduldige uitlegger

Doel: een onderwerp laten uitleggen op jouw niveau, en controleren of je het snapt.

Klaar als: je het onderwerp in je eigen woorden aan iemand anders kunt uitleggen.

Stappen:

  1. Kies iets wat je altijd al wilde snappen.
  2. Vraag een uitleg "alsof ik er niets van weet", kort.
  3. Vraag door op het ene stuk dat je niet snapt. Zeg precies welke zin.
  4. Vraag de assistent om jou een controlevraag te stellen. Beantwoord die zonder te spieken.
  5. Vraag waar in de uitleg hij niet zeker van is.

Voorbeeldopdracht:

Leg me uit hoe een energiecontract met variabel tarief werkt, alsof ik er niets van weet. Maximaal tien zinnen, geen vaktermen zonder uitleg.
Je schrijft: "Het tarief volgt de marktprijs." Wat is de marktprijs en wie bepaalt die?
Stel mij nu één vraag om te testen of ik het begrepen heb. Geef het antwoord pas als ik geantwoord heb.

Wat je controleert:

  • Vraag "Waar ben je in deze uitleg niet zeker van?" Feiten over regels, bedragen of data: nakijken bij de bron.
  • Leg het aan je buurman in de training uit. Lukt dat, dan is het klaar.

Variant voor wie sneller is: vraag dezelfde uitleg op drie niveaus: voor een kind van tien, voor jou, voor iemand uit het vak. Kijk wat er verandert.

Oefening 4: Een foto of schermafbeelding laten uitleggen

Doel: iets wat je niet begrijpt laten lezen en vertalen naar wat je moet doen.

Klaar als: je weet wat er staat en wat je eerste volgende stap is.

Vooraf: of je een afbeelding kunt meesturen verschilt per tool en per versie. De trainer heeft dit de dag ervoor gecontroleerd en zegt hoe het in jouw tool gaat. Zet geen namen, adressen of gegevens van anderen op de foto; plak ze af of kies iets anders.

Stappen:

  1. Kies een foto: een bijsluiter, een gebruiksaanwijzing, een foutmelding, een brief van een instantie (zonder je eigen gegevens zichtbaar), een plantje in de tuin.
  2. Stuur de foto mee met één vraag: wat staat hier, en wat moet ik doen?
  3. Vraag door op het stuk dat nog niet duidelijk is.
  4. Vraag wat je zelf moet nakijken voordat je iets doet.

Voorbeeldopdracht:

Dit is een foto van de bijsluiter van een medicijn dat ik heb gekregen. Wat staat hier in gewone taal? Waar moet ik op letten? Wat moet ik met mijn apotheek of huisarts bespreken in plaats van met jou?
Dit is een schermafbeelding van een foutmelding op mijn laptop. Wat betekent dit, en wat is de eerste veilige stap die ik kan proberen?

Wat je controleert:

  • Alles wat over gezondheid, geld of recht gaat: nakijken bij de bron, of bespreken met de apotheek, bank of instantie. De assistent is een eerste uitleg, niet het laatste woord.
  • Klopt wat hij "leest" met wat jij op de foto ziet? Soms leest hij verkeerd.

Variant voor wie sneller is: maak een foto van de inhoud van je koelkast en vraag drie gerechten die je ermee kunt maken.

Oefening 5: De fout vinden

Doel: een fout of verzonnen antwoord sneller herkennen.

Klaar als: je de fout in het antwoord van de trainer hebt gevonden en kunt zeggen aan welk signaal je het zag.

Stappen:

  1. Lees het antwoord dat de trainer deelt. Er zit minstens één fout in.
  2. Zoek naar de drie signalen:
    • Te stellig: geen enkele twijfel bij iets wat lastig is.
    • Te precies: een exact getal, een exacte datum of een naam die zomaar verschijnt.
    • Niet na te kijken: een bron, wet of onderzoek dat je nergens terugvindt.
  3. Plak het antwoord in je eigen gesprek en vraag waar de assistent niet zeker van is.
  4. Kijk bij de bron.

Voorbeeldopdracht:

Hieronder staat een antwoord dat ik van een AI-assistent kreeg. Welke beweringen hierin zijn feiten die ik moet nakijken, en waar is de kans op een fout het grootst? Geef geen nieuwe feiten, wijs alleen aan.

[plak het antwoord]

Wat je controleert:

  • Het feit bij de bron. Niet bij een tweede assistent.

Variant voor wie sneller is: ga terug naar je plan uit oefening 2 en zoek daar met dezelfde drie signalen de zwakke plekken.

Thuis, de komende weken

Gebruik je drie vaste vragen van de handout. Houd bij waar het je tijd scheelde en waar niet. Die lijst is eerlijker dan welk artikel over AI ook.